Ik spreek mijn bemanning toe: we willen de boot naar Cherbourg brengen maar het weer zit ons tegen. De eerste dagen zullen we het zwaar te verduren krijgen. Maar als we doorbijten krijgen we daarna mooie dingen te zien. OK, zeggen ze, en kruipen in hun kooi want we moeten er vroeg uit. Ik weet niet waar ik het verdiend zou hebben dat zo'n mensen met mij willen gaan varen.

Iets over half zeven 's ochtends zijn we op zee, windkracht 8 Beaufort, pal op kop en met een erg knobbelige zeegang. En meteen zagen we onze eerste Jan-van-Gent! Voor Nieuwpoort! Het buiswater hield ons wakker, en hoe meer er over kwam, hoe dichter we bij Duinkerke kwamen. In het geweld gingen jammerlijk overboord: 1 BZYC-pet, 1 schuurborstel, en 1 maaginhoud. Dan maar Duinkerke aangelopen, hopend op wat zon om onze natte spullen te kunnen drogen, om de volgende dag de oversteek te maken naar Dungeness. Laura was ons goed gezind, de was werd droog, de moed weer geheel herwonnen, en zondag zeilden we om 6.50u af, in een nog wel woelige zee, met slechts 5 Beaufort noordwest, naar Engeland. Al scheen de zon, de wind bleef eerder koud.. De oversteek duurde 16 u, wat een hele tijd is op de bemeten ruimte van een 10 m lange boot. Elk opmerkelijk moment doorbreekt daarbij de ondragelijke traagheid van het zeilen. Het vangen van 2 makrelen was dan ook een belevenis. Ze werden vakkundig gedood, gevild en in boter met peper gebakken. Ik mag je verklappen dat 2 makrelen een beetje krap is voor een hoofdgerecht met vijf, maar als aperitiefhapje hebben we er toch van gesmuld! Om 22.55u ankerden we voor Eastbourne. Een heldere sterrennacht, met alleen het zuchtend kletsen van het water tegen de romp, gaf ons de rust die we verdienden. Geen zieken meer, de sfeer was gezet. 's Nachts op anker gaan is altijd een beetje mysterieus. Je weet nooit of er geen oude zeerot met je anker gaat schuiven. We hadden geluk, de piraten waren blijkbaar in vakantie.... Maandag, om 04.30u anker op, 4-5 Bf wind en een vrij rustige zee, goed zicht. Tegen 7.10u waren we in Newhaven voor een kleine stop om water in te doen. Fris maar zonnig. Rond 12.30u gingen we verder bij wisselende wind en opkruisend, tot we om 17.10u Shoreham binnen voeren. De captain deed een frisse duik om, gewapend met een steekmes en duikbril, de pokken van de schroef te verwijderen, wat ons zuivere winst in duwkracht opleverde. We zijn echter zeilers, en het gebruik van de motor wordt tot het absolute minimum beperkt. Onze "Dr.No" wordt goed verzorgd, maar ook weer niet stiefmoederlijk behandeld. Het is een stoere 34 voeter, een Ufo type met heerlijke ronde flanken en een negatieve spiegel. Ze kent haar scipper, en de scipper kent haar, en die verhouding is zeker gevoelig en respectvol te noemen (zij, heeft een uitgesproken lichaamstaal..., trouwens, onze scipper ook....).

Maandagochtend loopt mijn wekker af om vier uur... het is nog donker. De anderen blijven in hun kooi, zoals afgesproken. Ik eet een peer en hijs het zware anker. Met die noordwestenwind lagen we hier mooi beschut voor Eastbourne, zelfs wat weinig wind meer om te zeilen, maar wat staat ons te wachten voorbij Beachy Head? Dan denk ik aan De Missie, en donkere gedachten vervliegen als nevelslierten. Daar in het oosten gloort de dageraad al met prachtige kleuren in de wolken.
Met onze navigatie "façon grand-mère" blijven we liefst op een veilige afstand van de kaap: zeker een mijl. Het wordt ochtend als we Beachy Head ronden, en mijn vrees wordt waarheid: stijve bries pal op kop, grote golven die over het dek rollen. Ik moet dringend een buiskap hebben! De bemanning wordt uit bed geschud. We geraken maar tergend langzaam vooruit. We moeten stoppen in Newhaven. Ik probeer mijn frustratie onder controle te houden: we zijn verdorie drie dagen ver, nog vier dagen en ik moet in Cherbourg zijn!
Na de middag kalmeert de wind en de zon komt er door. We doen een rustig tripje, aan de wind, tot Shoreham. Alweer een prachtige kust met glooiende hellingen die je kunt zien tot ver in het binnenland. Ik ben blij in Shoreham te zijn: dat maakt de kans groter dat we morgen Cowes halen. Het is best gezellig achter de sluis, ik was hier nog nooit geweest. Het sanitair is wel afgekeurd voor de vrouwen.
Dinsdag, om 7.00u uit de sluis van Shoreham, een heerlijk zonnetje, maar weerom erg frisse wind. De tocht gaat nu naar de Solent. Voor mij klinkt dit als muziek in de oren, want daar liggen ook vaak heel oude prachtige zeilschepen die destijds de America cup meezeilden. Maar, geen Solent te zien, geen Island of Wight in het zicht. Om 9.00u springt mijn hart op, want op 25 zeemijl zie ik een donkere massa uit de zee opsteken, weliswaar nog heel ver, maar een duidelijk teken van land. Na controle op de zeekaart blijkt dat te kloppen. Ik was eerst, en als een klein kind voel ik me heel even Columbus. In de buurt van Littlehampton zetten we een meetpaal bij op de kaart. Die stond er de vorige passage blijkbaar nog niet. Je zou er zo hebben kunnen tegen opbotsen.... Onze koers is goed, het sturen verloopt naar wens, de gemoederen raken geboeid door wat er te zien zal zijn. We ronden een flinke rotspartij, gaan even door een "Race", zien heel ver weg de "spinacker" toren, en daarna de middelste ronde versterkte vesting die de Solent eertijds moest bewaken. Het scheepsverkeer wordt druk, en het schijnt me toe alsof iedereen er een dagje op uit is, kris kras door het vrachtverkeer heen, op zoek naar koelte. We hebben voor het eerst het gevoel dat het zomer is. In T-shirt aan dek, heerlijk! Mijn ogen weten niet waar eerst naar toe gekeken. Voor we Cowes binnenvaren, besef ik plots dat het niet alleen erg biologerend is zo'n druk verkeer, maar ook niet zonder risico's. We zeilen op een helmstok lengte in de koers van een 43 voeter in wedstrijd, maar net op tijd draait die af, en wij ook, om een ligplaats op te zoeken. Het bleef geruime tijd neuzen, daar alles volzet is in de voorbereiding van de "Cowes Week", een week waar al wat varen kan wel ergens een wedstrijd meepikt. Na vele malen op en af, heen en weer, in en uit, meren we af naast een uniek exemplaar uit 1962, waar 8700 werkuren in 5 jaar tijd een pareltje hebben van gemaakt. We durven haast niet over het voordek naar de wal gaan. De vrij jonge eigenaar gaat met klassieke grote oude schoeners naar de caraïben als delivery. Hij is uitermate vriendelijk, vol jong dynamisme. Zijn getaande huid toont dat de zee zijn thuis is. We tanken bij, vullen het drinkwater aan, en gaan dan even snuisteren. Later op de dag doen we een wandeling in het stadje. Het wemelt er van de matrozen, elk in hun uniforme T-shirt met opdruk, tonend tot welke boot of team ze behoren. Onze aandacht wordt getrokken door levensgrote stenen uilen die hier blijkbaar als versiering op de huizen staan. Eerlijk gezegd, nog voor we hadden aangelegd heb ik een traan geplengd. Zo veel moois aan boten zag ik nooit voorheen in het echt. Een sfeer die de ziel van de zee verklankt, een orgie van zielsverwanten, met een aanblik alsof het een filmopname betrof. De 10.40 u zeilen tot daar verbleekt bij de gevoelens die dit alles in je oproept. "Cowes, I love you"! Ik heb onze captain in mijn armen genomen en innig bedankt. Een jongensdroom werd werkelijkheid!
Cowes: ik begin te geloven dat De Missie zal slagen. Morgen weer een raar tij om ons voorbij de Needles te brengen; ik wil ook voorbij St Alban's Head om nog iets moois te tonen. Dus passen we de truc van de twee delen toe: ochtendtrip naar Yarmouth, bezoek aldaar, en na de middag verder westwaards.
Wouter is hier al eens geweest, in Cowes en Yarmouth, twee jaar geleden. Mooie reis toen. We haalden net de Needles niet. Die wil ik hem dit jaar zeker tonen, én Lulworth Cove, én nog iets anders dat ik overweeg. Hij is heel flink, mijn zoon, geeft geen kik als hij moe is of het koud heeft. Hij helpt bij het hijsen van de zeilen en doet in feite alles wat zijn lichaamsgewicht toelaat. Sturen vindt hij wel vervelend maar hij doet het toch. Zijn geliefkoosde activiteit is zwieren aan de spinakkerval, in de klimgordel die hij van Opa gekregen heeft. Ik ben heel fier op mijn zoon.

De dag erop, woensdag, zijn we vroeg uit de veren en varen we uit om 7.07u, de Solent op naar het Westen toe. In een gesluierde lucht, die ruikt naar spek met eieren en zwanger van een prille ochtendzon een warme dag belooft, drijven zeilend in al hun pracht, een drietal reuze schoeners onder volle zeilen in een jammerende zachte bries. Het gelige zonlicht geeft het een zweverige sfeer, een onwezenlijke vertoning die me bijna doet denken dat ik droom. Wat is dit betoverend mooi. Je zoekt in de zoeker van je fotocamera, en je vergeet bijna de knop in te drukken om deze indrukken vast te leggen. Ja, het maakt je een wijle week.... Adieu Cowes, of liever, tot weerziens, zo hoop ik toch. Dichte flarden mist vullen de dalen tussen de golvende heuvelruggen op de wal, waar groen de boventoon is, en stilte en rust het leidmotief. Het is paradijselijk te noemen en zeer uitnodigend. Na een korte tocht doen we in Yarmouth drinkwater in. Het is heet, en er wordt druk gesmeerd tegen zonnebrand. We doen een zoektocht naar een verloren zoon en dochter, die bij het horen van de aanwezigheid van een romantische slijkrivier, al ra roeiend op ontdekking gingen, zonder de scipper enig teken van hun ondernemingsgeest te kennen te geven. Een kleine sleep van hun rubberbootje, een natte broek, en onze tocht kon verder gaan. De oevers hier, doen denken aan de kustlijn in Kroatië. We zeilen weer, en doen 7.5 knopen, wat zeer goed is, daar de wind de 4 Bf niet te boven gaat. Koers houden en trimmen zijn geheime termen voor wie ze niet kent.... Wij zijn straffe mannen! Om 15.50u gaan we de "Needles" voorbij, een plaats waar menig oceaanzeiler de kaap rondt om een lange afstandswedstrijd af te werken. Enige trots komt in je op, want daar komen de groten van de zeilwereld voorbij. Ik voel me dankbaar bij dit alles, en doe een stille wens voor mijn vrienden aan boord. We hijsen de spi, die waggelend zijn wangen vult, tot een kleurrijke bolle vorm die de boot voorwaarts trekt, lijdzaam volgend in een kokkelend geluid van kielzog dat niet breken kan. We doen 8.2 knopen (een knoop is een zeemijl of 1853 meter). Je krijgt er kippenvel van. Een gewicht van 7.4 ton onder zeil door het water sleuren is niet evident. Straks worden we nog geflitst.... Neen, want zeilen doe je bedaard en met geduld. De late namiddagzon geeft de zee voor ons een zilverwitte schijn met gouden aderen doortrokken. De kust die langs ons glijdt is hoog en ruw en donker grijs of bruin. Hier en daar een huis, meer niet. Je waant je ergens heel ver weg in een tropisch gebied. Een kleine "Race" doet schuimkoppen ontstaan, de boot wordt uit zijn koers getrokken, de stuurman is alert, maar niemand ervaart dit als ongemakkelijk. We zeilen heerlijk. De kust leest ons voor uit haar oude verhalen, en wij genieten van haar authenticiteit en schoonheid. Een bescheiden stem zegt ons uit te kijken naar een kleine baai ingesneden in de ruige rotsige kustlijn. Lulworth Cove moeten we hebben, om voor anker te gaan. Enkele zeilen verraden ons die inham. Bij het naderen zien we de rotswanden uit elkaar wijken met binnen haar armen een kleine opening waar duidelijk zichtbaar boten voor anker liggen. Omzichtig voeren we doorheen de smalle ingang, en peilen de diepte. Er staat 7m, 5m, 4m. We zetten het anker uit. Als we zeker zijn dat we niet krabben, ruimen we wat op, en doen appel op onze matroos Wouter, die ons paddelend naar de oever brengt. Hij duwt de roeiriemen voor zich uit, en dat is best grappig, maar hij is fors en vaardig en weet iedereen veilig op het keienstrand af te zetten.
De benen worden gestrekt met fikse tred, ook een steile klim hoort erbij, om ons een subliem uitzicht te geven op de romantische ankerplaats, de eigen boot tussen de anderen en het ons omwikkelende ondergaande rood-gouden zonlicht. Je kan je moeilijk van het gevoel ontdoen in Portugal te zijn. Ik ging er vaker hedentijdse dans geven. Die gewaarwording hier bevalt me best. Deze stek moet ik onthouden. Onze buurman zeilt met een gerestaureerde boot van 1882. Een langkieler met een boegspriet. De man oogt heel vrolijk en een beetje bizar. Wellicht een kunstzinnige natuur. Hij is opgetogen als we hem wat aanspreken. Zijn vrouw en twee jonge kinderen hebben de aarde voor het water geruild. Hun boot is hun thuis, de zee hun vriend en landschap. Wij genieten van deze momenten, van dit samenzijn. De nacht valt. Een diepe slaap maakt zich meester van de bemanning. Alleen het rukken van de ankerketting doet me beseffen dat ik niet aan wal ben. Lulworth Cove, wat zijde hij schoone!
Het is in Lulworth Cove dat ik een belangrijke vraag stel aan mijn bemanning. Ikzelf ben gedreven door De Missie en geniet de Hogere Bescherming van een Stenen Uiltje, maar vinden zij de kou, de nattigheid, de vermoeidheid kortom het afzien in het begin van de week geen te hoge prijs voor hetgeen zij gisteren en vandaag gekregen hebben? Dirk, Ruth en Huub laten er geen twijfel over bestaan: zij zijn in de wolken. Wouter luistert naar zijn i-Pod en moet zijn oordopjes uithalen als ik mijn vraag herhaal. "Hebben wij afgezien?" vraagt hij fronsend. "Laat maar, jongen" zeg ik.

Terwijl de anderen genieten van Lulworth Cove, zit ik te piekeren over het weer: schippersverdriet. Ik heb nog 48 uur om in Cherbourg te geraken. Morgen 5-6 beaufort oostenwind, dat wordt hoog aan de wind gedurende 60 mijl tenzij we nog een ommetje maken langs Alderney, waar ik de laatste dagen stiekem van droom... ik ben nog nooit op Alderney geweest... maar dat stelt zware eisen aan mijn geloof in het weerbericht dat voor overmorgen zuidenwind voorspelt.
Ik zie onze kapitein opstaan in pyjama, om even op de trap te staan turen naar de omgeving. Een kleine grijns op zijn gelaat laat hem genoegdoenlijk vrede nemen met dit miniparadijsje waar we liggen. Dan verdwijnt hij weer. Ik neem nog wat foto's, terwijl ik een stem hoor zeggen dat het ontbijt klaar is. Och, kon dit maar blijven duren, maar onze missie moet worden volbracht binnen een bepaalde tijd: 7 dagen, en niets meer. We merken een zekere spanning, want weldra vangen we de overtocht naar Alderney aan. Een heel eind, terwijl we de wind voelen aanwakkeren, een beetje scherp, maar niet om je onbehagelijk te moeten gaan voelen. De afvaart doet een weinig deemoed in me opkomen. De kustlijn wordt kleiner, lager, grijzer, afwezig, verder dan ooit. De golven bouwen op, en het buiswater is weer van de partij. Nu en dan is het alsof het regent. Behalve wat sluierwolken is er alleen de zon en de zee, en wij, met vijf de tijd dodend met praten tegen de golven, af en toe een grapje maken, enige filosofische gedachte, een drankje, een vlugge hap, een plasje of iets meer, een kort dutje, een foto, een achtervolgen van een verdwaalde vogel met een gebiologeerde gezouten blik, of een mijmering over al wat was en losgelaten dient te worden. Kruisend vrachtverkeer op volle kracht brengt je terug tot de realiteit dat je niet alleen bent op de wereld. Een beetje oploeven, een beetje afvallen. Je kunt die grote stalen monsters beter voorrang geven, want stoppen kunnen ze eigenlijk niet. Time is money! Niet voor ons, gezien we gemiddeld 10 kilometer per uur doen, en er geen prijzenpot valt te winnen. We hebben de luxe dit voor ons plezier te doen, en dat is echte luxe! Eerst neemt de wind wat af, dan later op de dag neemt ze weer toe en duwt ruim achterlijk in de rug. En zie, een schim duikt voor ons op, heel klein, als een platte pannekoek van donkere deeg. Dan wordt het duidelijker dat het land is, met rechts ervan wat uitsteeksels. Rotspartijen die je beter daar laat waar ze zijn. Mochten we daar voorbij schieten, zitten we in een heel sterke stroming die aan land gaan niet meer toelaat. Opletten geblazen, koers houden, uitkijken voor andere boten, kalm blijven, en toch geboeid. Ik sta aan het roer, de haveningang (eigenlijk is het een ingesloten baai), is nu niet meer te mislopen. De golven zijn hoog en duwen de boot het gat in. Er ligt een grote driemaster voor anker, en verderop heel wat uitgewaaide zeilboten aan moorings, en alles klotst en klutst, en biebelt en danst op en neer dat het een lieve lust is. Ik kijk even om en zie alleen een muur water en een streepje grauwe grijze lucht. Vlug vooruit sturen, maar die muren blijven me opjagen, tot we in een rustiger vaarwater komen, waar een aanhoudende deining alles door elkaar schudt. We doen een wilde paringsdans met een mooring boei. We komen even op adem, ontkurken een fles "Grand Baron", en klinken op weer een oversteek meer op ons palmares. Alles verliep veilig tot nu toe, er is niets abnormaals te melden. Als je boot in luttele seconden van bakboord 45°, naar stuurboord 45° slingert, bekruipt je toch het idee dat dit niet de gezelligste ligplaats is die je dacht te hebben gevonden. Maar zo liggen ze daar allemaal te dansen, alsof een avondje "benenwerk" werd besteld.
Er was eigenlijk geen tijd voorzien om aan wal te gaan, maar we hebben heel veel geluk: de zwarte pensen zijn slecht geworden. Dus roepen we de watertaxi op, en even later knotsen we naar de wal, lopen als dronken een ponton op, klimmen een roetsjbaan op, met bovenaan gekomen het nare gevoel dat de hele wal ook beweegt. Geen nood, onze honger brengt ons waar men ons adviseerde iets te gaan eten. We zakken op onze stoel in een locaal restaurant vol vissers, zien de palmbomen staan en de baai die aan onze voeten ligt, en weten dat het goed is. Er staat een stenen uil op het terras. Als ik ga plassen krijg ik zware zeebenen en moet bijna overgeven. De tol van weinig slaap heeft me te pakken. Even wat de adem regelen, gezicht verfrissen en de bui is voorbij. Ik sta er, voor lekkere Sint-Jacobsvruchten. De hele reis was ik erg matig met alcoholgebruik, en ook nu volgt men mijn voorbeeld. Genieten, maar in niets overdrijven. Je indrukken koesteren en ze niet ver-drinken. Iedereen voldaan, nemen we opnieuw de taxi. De tocht in het donker is spookachtig, temeer de driemaster daar nu volledig verlicht in het duister ligt, als een rots in de branding en al het andere tuig daar slechts schaduw van is. We gaan slapen, of beter, we zetten ons schrap op de een of andere manier en dutten in. Zelf deed ik geen oog dicht, want teveel waterlawaai, gesnok aan de mooring, geslinger van bak- naar stuurboord en misschien wat heimwee naar wat achter ons ligt. De morgenstond heeft de wind wat van richting doen veranderen en ook doen afnemen, van ruim 6 naar 3 Bf.. Onze laatste tocht naar Cherbourg zal rustig zijn, misschien te rustig.... Voor ons vertrekken de driemaster en enkele andere vroege vogels, de ene naar het Westen, de andere naar het Oosten of het Noorden, elk met het verlangen telkens weer een andere einder te bereiken, een nieuwe levensvorm te ontdekken. Overal echter ontmoeten we mensen met dezelfde dromen en verlangens, dezelfde passies of ontgoochelingen, een zelfde durf of gelatenheid, een zelfde leven. Het lijkt erop dat Cherbourg om de hoek ligt. Cotentin binnen handbereik. Op zee zijn afstanden vaak erg bedrieglijk. Alles is binnen drie uur vaarafstand aan te doen als het al in zicht is. Dat is gezichtsbedrog, en kan je soms nerveus maken bij mindere weersomstandigheden. Wakker blijven is de boodschap. Geduld is, jouw energie die de wind de hand drukt, dat is zeilen. Stoer doen is larie! Met dat geduld kwamen we aan in de voorhaven van Cherbourg, die er als een binnenzee uitziet, zo groot. Stevig beveiligd door oude forten en met een heel groot militair dok, kijk je benauwelijk naar je kleine schuitje, met angst voor een dreigende schuimstreep in jouw richting getrokken, een torpedo! "Vive la France", en met de twee voeten op de wal is onze missie afgerond. Geen kanonschoten, maar een hart dat sneller bonst, een ziel die gecharmeerd is door zoveel schoons, een verrijkte spirituele beleving, hechtere vriendschappen en een zekere trots om de bereikte doelstelling. Zeven dagen zee en wind, zout en wilde haren, ongeschoren baarden, een zak vuil linnen, een gemoed vol heimwee, een wedervaren zonder weerga en vrienden die je nooit meer missen wil. We zien elkaar niet zo vaak, soms slechts een keer per jaar, maar diep in ons leeft een enorm respect voor elkaar en een dankbaarheid om elkanders zijn. Zeilen brengt mensen samen in een heel bijzondere verhouding tot elkaar en de elementen, binnen een tijdsbeleving die haast overbodig maakt, overleg uitermate belangrijk en gezond verstand regel. Ik heb weerom geleerd dat de taal van het leven eenvoudig en bescheiden is, vol wijsheid en begrip. Ik moet alleen luisteren...
De ochtend brengt een grote opluchting: de wind is gedraaid naar zuidwest 4. Dr NO is rond zijn boei gedraaid en slechts een paar tientallen meters achter ons liggen rotsen droog. Het wordt spannend want we moeten op tijd in Cherbourg zijn. We willen immers bij hoog water in het Bassin du Commerce waar het wat betaalbaarder is om twee weken te blijven liggen. Inmiddels vertrekt Kristine thuis met de auto om ons te komen halen!

Het wordt een rustige tocht tussen zwermen Jan-van-Genten, ooit een zeldzame soort, het zal aan de opwarming van het klimaat liggen. Om kwart voor twee, slechts anderhalf uur te vroeg, komen we aan bij de brug.
Ik stuur een sms naar Kristine: "Missie Volbracht".
Ik krijg prompt antwoord: "Proficiat!"
Volgende keer deel twee: Van Cherbourg naar Boulogne... OK, met een omweg...
Huub en Erik