Historiek van de BZYC
Sophie Cools

Enkele zeilvrienden aan de

Damse Vaart

Ingezonden door Sophie Cools


De eerste documenten en interviews i.v.m. de B.Z.Y.C. brengen ons zo'n goede 35 jaar terug in de tijd, nl. naar 1966. Toen reeds kwamen zo'n 100-tal zeilvrienden geregeld samen langs de Damse Vaart, een door Napoleon gekanaliseerde waterverbinding tussen Brugge en Sluis, die zo de doorgang naar de Schelde mogelijk maakt. Hun clubhuis, het "Meiliedje", was een oude smidse met alles erop en eraan. Men beschikte toen reeds over een open haard, tof interieur, een muziekinstallatie en natuurlijk over talrijke smidmaterialen als aambeelden, hamers, lucky hoefijzers en een authentieke blaasbalg. Enkel een bar ontbrak, maar daar werd ook een mouw aan gepast. Zeilfanaten als men was, liet men een oud zeilbootje dienst doen als bar, waarbij de kuip ideaal bleek als spoelbak.

In 1966 werden reeds de eerste zeilwedstrijden in Brugge gehouden, en dit onder organisatie van de - reeds toen zo genoemde - B.Z.Y.C.. Dit laatste vergt natuurlijk enige correctie, daar in die tijd 'sportclub' met een 'k' geschreven werd, dus luidde de naam Brugse Zeil en Yacht Klub. Als we er enkele foto's en artikels op naslaan zien we verscheidene bootjes en hun kapiteins en fokkenmaat de Damse Vaart, een 5km lang en zeer smal vaarwater, afvoeren.
Onder de deelnemende boten vonden we o.a. 505's, Fireballs, Vauriens, 420's en Hornets terug; één voor één boten van de kleinere soort. Als anekdote kunnen we dan ook gerust vertellen dat er zelfs een ietwat grotere boot 'El Tigre' op een bepaald moment zijn wedstrijd heeft moeten stopzetten, wegens een te hoge mast en zodoende niet onder de elektriciteitsdraden door te kunnen. Dit alles gebeurde onder het toeziend oog van starter Hugo Vrielinck (medestichter van de BZYC) en als assistent starter Jozef Verleye. Deze laatsten moesten er op toezien dat de start correct verliep, wat niet evident is op een vaarwater van slechts enkele meters breed en tijdens een wedstrijd met een twintigtal boten. Daarnaast controleerden zij ook tijdens de wedstrijd of alle boeien en keerpunten genomen werden, of de voorrangsregels in acht werden genomen en of er niet vals gespeeld werd. Ook leuk om te weten is dat het startsein van dergelijke competities steeds met een authentiek kanon werden gegeven.
De B.Z.Y.C. fungeerde in die tijd voornamelijk als zeilschool (i.p.v. zeilclub) naast zijn belangrijke rol als organisator van de zeilwedstrijden. Dat sommige B.Z.Y.C.-leden dan ook al gauw successen boekten is niet verwonderlijk, want wie op de Damse vaart leerde zeilen weet wel wat overstag gaan is! Als voorbeeld hierbij zagen we hoe Philip en zus Lina Moulaert in hun Fireball de eerste door de B.Z.Y.C. (als officiële v.z.w.) georganiseerde nationale wedstrijd, in de Brugse haven, wonnen.
Maar deze wedstrijden en zeilavonturen waren niet de enige en meest voorkomende evenementen binnen het clubgebeuren; er werd ook veel belang gehecht aan de uurtjes op het droge. Het hoofdbestanddeel van al deze randactiviteiten was - zoals verwacht, en eveneens nog steeds cruciaal in het hedendaagse zeilgebeuren - natuurlijk plezier maken. Hierbij enkele voorbeelden ter illustratie.
Misschien wel een toenmalig volksspel: de deelnemers moeten van op de oever (of ongelukkigen misschien van in het water) zo vlug mogelijk een emmer vullen met water uit de Damse vaart, en dit door gebruik te maken van een bierglas. Daarbij werd natuurlijk wel een extra moeilijkheid ingevoerd, want telkens als je de emmer vulde moesten er 20 rondjes rond gelopen worden alvorens verder te gaan.
Over 'den Damsche' werd een kabel gespannen waarover men naar de overkant moest kruipen, alwaar men een "pisseblomme" moest plukken, die moest herkauwen om genoeg kracht te hebben voor de terugtocht. Dit natuurlijk nooit zonder dat de toeschouwers aan het touw staan te trekken en slingeren.
In het clubhuis werden natuurlijk ook de nodige feestjes voltrokken, en als er dan al eens bier te kort was (want vaten kende men toen nog niet) kon men bij de bierhandelaar om de hoek te rade.
Het is dus duidelijk dat in het begin veel afgelachen werd en de B.Z.Y.C. bestond uit één grote, hechte vriendengroep. Van ruzies heb ik niets opgevangen of kunnen lezen. Als je de (oud-)leden vraagt naar die periode mag je algauw enkele uurtjes uittrekken daar men er zeer graag op terugkijkt en er goede herinneringen aan over heeft gehouden.

De B.Z.Y.C. eindelijk als vzw

Op tien december 1971 wordt de B.Z.Y.C. officieel als v.z.w. gesticht, waarbij ook de nodige statuten worden vastgelegd. Deze statuten worden doorheen de jaren wel aangepast en ook verschijnt bij elke nieuwe benoeming m.b.t. de raad van bestuur (en beheer?) een bericht in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad.
De B.Z.Y.C. huisvestigt zich aan de Louis Couiseaukaai 11tris, te Brugge. De "nu" Lodewijk Couiseaukaai bevindt zich langs het Boudewijkanaal in de achterhaven. Dit terrein, vroeger een opslagplaats voor butaangasflessen van de firma Desmedt, werd door de B.Z.Y.C. aan een lage prijs gehuurd aan de stad Brugge. De reden waarom die prijs zo laag was is dat door de volledige lengte (zo'n 100m) van het terrein een, toen nog bereden, spoorweg lag. Eens het terrein in handen, werd natuurlijk eerst werk gemaakt van de slipway, zodoende de boten in het water te kunnen laten, waarna werk werd gemaakt van de bouw van het clubhuis.
Net zoals in vele zeilclubs, kan niet iedereen lid worden van de B.Z.Y.C.. De kandidaat-leden moeten een - gemotiveerde - aanvraag indienen, voorafgegaan door de gemotiveerde steun van twee peters of meters, waarvan minstens één lid van het bestuur, die dan voorgelegd wordt aan het bestuur en bij aanvaarding zal de kandidaat een overschrijvingsbulletin overhandigd worden. Zo geldt diezelfde procedure voor het lid worden, als club dan, van de Landelijke Bond voor Watersportverenigingen in België. Ook hier geldt het principe dat men de kandidatuur door twee meters of peters, twee actieve leden, gemotiveerd moet laten steunen (Bijlage tot het Belgisch Staatsblad, 9 maart 1978). De B.Z.Y.C. is aangesloten bij de KBYV(Koninklijke Belgische Yacht Vereniging), die als overkoepelingorganisatie onder andere de LBWB en nu de VYF (Vlaamse Yachting Federatie) in zijn rangen sluit, met als stamnummer 43.
Ook vindt elk jaar een statutaire vergadering plaats waarop het bestuur een verslag van de activiteiten voorlegt.
Ik heb de plaats niet, doch wel de bijna volledige documentatie, ter beschikking om een volledig overzicht te geven van de verschillende besturen doorheen de jaren. Toch vind ik het in dit opzicht wel geschikt een opsomming van de past voorzitters te geven.Dhr. Hugo Vrielinck, 1966
Dhr. Jacques Roose
Dhr. Xavier Demets
Dhr. Oscar Bolle, 1971-1976
Dhr. Paul Schotte, 1977-1982
Dhr. Jean-Pierre Van Acker, 1982-1989
Dhr. Paul Van Hees, 1990-1992
Dhr. Pol Van Acker, 1993-1997
Dhr. Dirk Plancke,1998-2002
Dhr. Guido Lefebure, 2003-2004
Dhr. Koen Declerck,2005-2007
Dhr. Paul Van Hees, 2008- nu


Vanwege het overlijden van oud voorzitter en stichter van de zeilschool Dhr. Oscar Bolle is het moeilijk om met zekerheid correcte informatie i.v.m. de beginperiode van de v.z.w. op het spoor te komen. Wel weten we dat in die jaren het wedstrijdzeilen hoogtijden vierde, maar meer hierover in het volgende hoofdstuk.
Onder voorzitter Paul Schotte werden enkele belangrijke veranderingen ondernomen. Mede dankzij de competitieve successen van de club, kende de zeilschool terug een bloeiperiode. Zodanig zelfs dat er ook van buiten Brugge zeilliefhebbers de zeilcursus kwamen volgen en men zodoende een tweede week moest inlassen. Ook kreeg men eind de jaren '70 de toelating van de BLOSO A-brevetten uit te delen. Ook werd er werk gemaakt van het - reeds vernoemde - nieuwe clubhuis, dat er overigens nog altijd staat, met de hulp van zowel vak-mensen als de eigen leden. Daarvoor moesten leningen aangegaan worden en om deze te kunnen afbetalen - en om de club zelf te promoten - werd er werk gemaakt van het jaarlijkse galabal. Met hetzelfde enthousiasme van de leden en de steun van Stad Brugge werd het clubhuis in 2009 volledig vernieuwd.
Het voorzitterschap Dhr. Jean-Pierre Van Acker kan als een rijke ervaring voor de club beschouwd worden. 1982 wordt onder zijn impuls een herschikkingsjaar. De klemtoon werd op de zeilerij gelegd, en specifiek op het individuele zeilen. Er kwam ook een vast aantal bestuursleden, dat op 7 werd gehouden, en aanvullend daarbij kwamen er twee jeugd verantwoordelijken, weliswaar zonder stemrecht.
Ook in het clubboekje, 'Het Logboek', werden grondige veranderingen doorgevoerd. Alles werd professioneler: er kwam een nieuw logo, de fotocopies werden vervangen door drukwerk op steviger papier met duidelijkere foto's en er werd gewerkt met sponsoring - en dus reclame - teneinde de kosten te kunnen drukken. Voor dit alles werd Jan Verstraete als verantwoordelijke uitgever aangeworven, wat ook inhield dat hij sponsorende firma's moest contacteren.Naast het organiseren van grote evenementen als Cutty Sark 'Sail Brugge' en 'Zeebrugge '85' werd de realisatie van een botenloods, na veel besprekingen en onderhandelingen, een feit. Eind 1985 was de loods in aanbesteding en op 29 augustus 1987 werd de 'Van Acker-Braet'-loods officieel ingehuldigd, onder aanwezigheid van tal van oud-leden en sympathisanten van de B.Z.Y.C. en vele hooggeplaatste personaliteiten van de provincie en Stad Brugge.
De periode waar de Antwerpse Paul Van Hees als voorzitter van de club fungeerde zet het goede werk van Dhr. Van Acker voort. Het aantal leden schommelde rond de honderd, waardoor de B.Z.Y.C. als een zeilclub Klasse 1 - minder dan 200 leden - benoemd werd door de LBWB (Bijlage tot het Belgisch Staatsblad, 19 juni 1981). De club bezat in 1990 een armada van 17 boten (2 Capri's, 3 Vauriens, 1 Cadet, 2 Caravelles, 7 optimisten en 2 Dory's) en in 1993 werd ook de eerste Laser aangekocht. Dit alles naast de overige boten van zijn leden die de club herbergde.
Ondertussen begon het befaamde en bevreesde NS-Virus ook in de B.Z.Y.C. te woekeren, wat staat voor Non Sailing Virus. Dit houdt in dat het aantal actieve zeilers in de club steeds verder terugvalt. Voorzitter Pol Van Acker moest dit met grote teleurstelling vaststellen en probeerde er (tevergeefs?) iets aan te doen. Verschillende redenen werden gezocht voor dit fenomeen: lag het aan de concurrentie van het nabijgelegen V.V.W., die met lagere lidgelden en betere accommodatie de actieve leden wegkaapte of moest men zich ongerust maken in het feit dat de jeugd van vroeger een dagje ouder geworden was en er geen navolging was? Steeds meer leden kochten zich een yacht aan en gingen verdere horizonten opzoeken.
Van Acker en zijn bestuur richtten cursussen voor jongeren en volwassenen en ludieke zeilactiviteiten in, schaftten het inschrijvingsgeld af bij wedstrijden en lieten de lid- en liggelden onveranderd. De resultaten lieten op zich wachten, maar in 1995 bleek het virus dan toch overwonnen. De kinderen van de jeugd van toen werden zeilrijp bevonden en werden aangemoedigd door het jeugdzeilen, een nieuw initiatief binnen de club waardoor de kinderen begeleid kunnen zeilen zonder dat de ouders steeds moeten toekijken. Zo'n 30 cursisten behaalden dat jaar hun eerste graad en ook de volwassenen gingen enthousiast terug aan het zeilen. Toch heb ik de indruk dat het NS-virus voor altijd zijn sporen heeft nagelaten...
Onder de volgende voorzitters werd ingespeeld op het feit dat vele leden zich een yacht kochten en die dan ook niet in de B.Z.Y.C., maar in een zeehaven, legden. De club werd een plaats waar men samenkomt om allerlei zaken te bespreken, onder jeugd- en zeilvrienden samen te zijn en om de kinderen in een gemoedelijke sfeer kennis te laten maken met de kleinzeilerij en hen zelf als kapitein te laten varen. Toch bleven enkele fanatiekelingen bij hun passie voor bootjes als de Fireball of de Vaurien. Dit alles resulteerde in uiteenlopende activiteiten, waar ieder zijn zinnetje wel vond.De zeilwedstrijden en vaartrips
Reeds van bij het begin werd er naast het pleziervaren ook competitief gezeild. We vinden artikels i.v.m. wedstrijden op de Damse vaart, die teruggaan tot in 1966. En de B.Z.Y.C. organiseerde die wedstrijden niet alleen, ze nam er ook telkens aan deel.
Vooral tijdens de periode 1975-1986 kende de club vele - individuele - successen. Enkele malen werd het merendeel van de Belgische zeildelegatie gekleurd met de Brugse zeilkleuren en ook telde de club enkele Belgische kampioenen. Dit was vooral zo bij de Cadetzeilers, ook het Cadet Squadron genoemd, die in 1982 dan ook de beker van de stad Brugge in ontvangst mochten nemen. Wat de criteria waren om die prijs in de wacht te slepen zijn niet echt duidelijk, maar we kunnen toch zeker stellen dat de B.Z.Y.C. op sportief vlak veel betekende voor Brugge, dit is ook te merken aan de aandacht die de club in de pers kreeg -dit in tegenstelling tot vandaag.
Omwille van die (inter-)nationale successen werd de B.Z.Y.C. dan ook ettelijke malen gevraagd door de Koninklijke Belgische YachtVereniging de Belgische kampioenschappen te organiseren op het Veerse Meer (Zeeland,, Nederland). De club ging daar tweemaal op in.
Een groot evenement was dan ook het WK Cadet in 1983, ingericht door België op het Grevelingenmeer (..., Nederland) en daaropvolgend het WK Cadet '84, te Hongarije. Ook daar was de B.Z.Y.C. present en behaalde ze een mooie 28e plaats op 40 deelnemende boten. Toch ging dat jaar in het algemeen de interesse voor de (najaars-)wedstrijden wat liggen, zo ook bij de Brugse Cadetten. Eén lichtpunt was de teamwedstrijd georganiseerd door WVD Hombeek, waar 9 teams van elk 3 boten streden voor de overwinning. Het seizoen '84 werd voor de Cadetzeilers afgesloten met het Cadet-O-Rama, een samenkomst van zo'n 100 Cadetten en familieleden, met de bedoeling de groepssfeer te optimaliseren. Het fanatisme van deze jeugdzeilers is goed merkbaar als we er de trainingsdata van dat jaar op naslaan. Men trainde tot 25/11/'84 en stond op 6/1/'85 in de vrieskou alweer paraat als voorbereiding op een nieuw seizoen. Niet alleen het jeugdzeilen ging goed, ook het volwassenenzeilen, pas echt ontstaan in de jaren '90, vaarde wel. De daaropvolgende jaren namen zowel de de Brugse jeugd- als volwassenenzeilers deel aan belangrijke wedstrijden in o.a. Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk en nog vele andere landen.
Maar ook binnen de B.Z.Y.C. worden wedstrijden georganiseerd. Als een van de belangrijkste en meest ludieke moeten we zeker de 18 uren race vermelden. Deze werd soms ingekort tot 10 uren race omwille van het slechte weer of de verminderde belangstelling, maar deze activiteit blijft een publiekstrekker. Deze wedstrijd wordt door verschillende (meestal club-) boten gevaren en het eindklassement wordt, zoals in de officiële wedstrijden, via het handicapsysteem opgemaakt. Een ideale gelegenheid voor zowel de jeugd als de ietwat ouderen om hun zeilkwaliteiten tentoon te stellen en zich te meten met hun vrienden-clubgenoten. En ook aan de kant is er altijd veel leven te bespeuren. Vele tentjes worden op het terrein opgeslagen, spaghetti wordt klaargemaakt, het aantal rondjes wordt geteld en men stoomt zich klaar voor de fuif. Vroeger speelde het evenement zich vooral 's nachts af, nu is dat uit praktische overwegingen, maar wel met een verlies aan charme, verlegd naar een meer overdags gebeuren.
Daarnaast staan ook de Woodcup (als eerste georganiseerd onder Jean-Pierre Van Acker) en de B.Z.Y.C.-cup als vaste waarden op het programma.
Ook de Meitrips zijn ondertussen een vaste waarde geworden in het clubgebeuren. Deze zeilmeerdaagse werd voor het eerst georganiseerd in 1988 en kent nog altijd een groeiend succes. Hiermee speelt het bestuur zeker en vast in op het eerder vermelde feit dat de B.Z.Y.C.-leden zich doorheen de jaren over de hele Belgische (en zelfs Nederlandse) havens zijn gaan verspreiden. Zo onstond in 1988 de Meitrip, tot op heden nog steeds een jaarlijks evenement en was in 2009 aan zijn 21ste editie toe. Op deze tocht krijgt men de gelegenheid elkaar beter te leren kennen, en dit eens in een andere - sportievere - context, en maakt men kennis met elkaars yachten waar men anders zoveel over praat. Op deze manier kunnen ook beginnende zeilers of leken kennis maken met de yachting en krijgen velen dan ook de smaak te pakken.

Het socioculturele, niet enkel als randactiviteit

Het mag duidelijk gesteld worden dat bij zeilen de 'nevenactiviteiten', de activiteiten die zich niet op het water afspelen, zeer belangrijk zijn. Net zoals in de beginjaren - en eigenlijk voorgeschiedenis van de club - zijn ook nu nog plezier maken en het socioculturele element 'aan de oever' één van de belangrijkste agendapunten van de club. Dit zowel voor het sociale als het financiële. Dit is natuurlijk ook logisch, daar er op het water zelf niet echt veel contacten kunnen worden gelegd, behalve met de eigen bemanning. Daarnaast is het ook zo dat buiten het zeilseizoen - november, vaak na de befaamde Antwerp-race, tot eind april - het clubleven niet stilligt, integendeel. Het voorbije seizoen, en de daarmee gepaarde avonturen worden besproken, komende zeiluitstapjes worden gepland,de vele boten die tijdens de winter op het droge staan krijgen af en toe een bezoekje van hun schipper, de opgedane zeilkennis wordt uitgewisseld en natuurlijk slaat men de gelegenheid om te feesten niet af.
Ik wil ook ingaan op de status die aan de zeilsport wordt meegegeven. Wanneer leken aan zeilen denken, zien zij enkel rijke heren voor zich, en daarom zou ik graag eens nagaan of dit wel zo is. Daarom zocht ik artikels op omtrent de status die aan zeilen wordt opgedragen én bekeek ik de ledenlijst naar de verhouding in geslachten.
Onder de 148 leden zijn er 41 vrouwelijke en 107 mannelijke zeilfanaten. Vergeleken met de vroegere jaren en aantallen valt die verhouding nog mee, maar de oorzaak daarvan ligt waarschijnlijk bij het feit dat het zeilgebeuren een 'familiesport' is geworden - aan het worden is - en de man dus ook zijn vrouw en kinderen meeneemt naar de club. Dit kan misschien wat cliché klinken, maar het grote merendeel van de bootbezitters zijn wel degelijk mannen.
Zoals dus reeds vermeld gaat elke activiteit op het water gepaard met een gebeuren aan het water. De zondagen dat er jeugdzeilen doorgaat, gaan zo goed als altijd gepaard met een babbel voor de ouders in het gezellige clubhuis. Zo gaat dat ook voor de jeugdwedstrijden of -cursussen. Maar omgekeerd geldt datzelfde principe; de kinderen zijn maar al te blij als ze mee mogen naar de B.Z.Y.C. om met hun kameraden te spelen of in een bootje te kruipen, terwijl hun ouders de knepen van het vak aan het leren zijn. Daar is het zeilgebeuren nu eenmaal allemaal op gebaseerd, op het niet-actieve, als ik het, met alle respect, zo mag noemen. Daarom is het wel nodig dat er nieuwe stimulansen, uit allerlei hoeken, blijven komen om niet langzaamaan dood te bloeden en zeker niet, niettegenstaande het grote belang en de immense populariteit ervan, enkel op de activiteiten buiten het water te leven.
Hoe dan ook, de B.Z.Y.C. is een plaats waar men vrienden maakt voor het leven, die dezelfde interesses delen en samen mooie dingen beleven.